Beste mevrouw van het Rijksmuseum,
 
 
 
Mijn excuses, mevrouw, dat ik me via deze onpersoonlijke weg tot u richt, maar ik vrees dat u de laatste dagen al genoeg post krijgt. Ik zou u namelijk een hart onder de riem willen steken en ik ben bang dat een gewoon briefje verdwijnt tussen de vele onvriendelijke schrijfsels die de laatste dagen bij u op de mat vallen.
 
 
 
Als hoofd van de afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum zullen uw vakgenoten u met het schrappen van (door anderen opgeplakte) benamingen als eskimo en Hottentot ongetwijfeld geschiedvervalsing verwijten. U zou het hun uit kunnen leggen, maar met een eenvoudig ‘ik ben hier ook maar een slaafje,’ kunt u het in één klap duidelijk maken. Ze zullen u begrijpen.
 
Met uw argument voor het schrappen van het woord neger – het woord zou internationaal voor commentaar zorgen – heb ik, als journalist/vertaler zelf wat problemen. U kunt het woord ‘neger’ dan wel veranderen in ‘zwarte meneer’, maar wat moeten uw vertalers Spaans ervan maken? ‘Negro’ (zwart) is nu eenmaal ‘negro’ (neger). Het zij u vergeven, u bent historica en geen linguïst.
 
Ik heb begrepen dat nog meer woorden die kwetsend kunnen worden uitgelegd er in de toekomst aan moeten geloven. In elk geval in het Rijksmuseum. Woorden die maar naar mijn bescheiden mening in een bepaalde context slechts een tijdsbeeld geven, maar dat terzijde.
 
Opdat u door kunt gaan met uw werk, maar vooral om het ridicule ervan aan te geven, heb ik er alvast een paar voor u verzameld: meid, jood, Belg, boer, nicht... Kwetsend? ‘It’s in the eye of the beholder,’ zou Shakespeare zeggen.
 
Tot slot een verzoek. Zou u mijn naam, Van Hummel niet willen veranderen. Ondanks mijn 1,58 meter, en het feit dat die me door een ander, mijn man, is opgeplakt, ben ik er best tevreden mee.
 
U veel wijsheid en een olifantenhuid toewensend,
 
Margot – what’s in a name - van Hummel
 
 
 
Wrijven
 
Dit is een oproep aan alle vaders, moeders, opa’s, oma’s en al dan niet gekleurde Pieten (mochten die al in het land zijn): ga niet in op reclame van een groot boekenbedrijf. Ik herhaal: ga NIET in op de reclame van een groot boekenbedrijf.
 
Het bewuste bedrijf, dat dol is op ko-nijntjes, kondigde afgelopen week een grootscheepse ‘Kinderboeken Vijfdaagse’ aan met ‘elke dag een fantastisch kinder-eBook extra voordelig te bestellen.’ Ik ben absoluut niet tegen eBooks, laat dat duidelijk zijn, maar wel voor kinderen.
 
Een kind moet niet over een dom schermpje wrijven, maar moet zijn vingers in de gaatjes van de klassieker Rupsje Nooitgenoeg kunnen steken, door de venstertjes kunnen kijken van het schitterende doorkijkboek Reis mee met Thomas, stickers kunnen plakken in het Minimonsters-stickerboek, kunnen ruiken aan de appels en peren van het krab-en snuffelverhaal van Ratatouille, die – u raadt het al – naar echte appels en peren ruiken. Kortom: een kind moet kunnen ontdekken, experimenteren. En dat kan alleen met een echt boek. Ontneem hen die kansen dan ook niet.
 
O, houden uw kinderen niet van lezen, maar zitten ze het liefst achter de computer. Ga dan zelf met hen op ontdekkingsreis en lees eens wat voor, ga taarten bakken, zaadjes planten, een museum bezoeken – daar zijn genoeg boeken over te vinden – maar parkeer ze niet in een hoek met een tablet. Wrijven is nu eenmaal voor grote mensen.
 
 
 
De Moeder
 
In een stapel gedichtenbundels die dienden als oefenmateriaal voor het Mulo-examen zag ik afgelopen week het gedicht ‘De Moeder’ van Geerten Gossaert. Ineens zat ik weer in de zesde klas van de lagere school en dreunde netjes, zonder er ook maar iets van te begrijpen, de versregels mee.
 
‘Verbitterend sprak hij zich in het zadel wendend, vaarwel o moeder, nooit keer ik weer...’ Het was het lievelingsgedicht van meneer Blijdenstein, en volgens hem was dit het mooiste gedicht dat ooit was geschreven, een gedicht ook waarvan we pas later, als we ouder waren, de betekenis zouden begrijpen. We moesten het van buiten leren, opdat we er later aan terug zouden denken.
 
Meneer Blijdenstein had meer van dit soort wijsheden waarvan we toen nog geen idee hadden hoeveel invloed dat op ons latere leven zou hebben. Dat iedereen gelijk was bijvoorbeeld, protestant en katholiek, rijk en arm, blank en zwart. Pas op, het waren de jaren zestig en je moest moed hebben om dat allemaal voor de klas te zeggen.
 
Hij vond het ook belangrijk dat kinderen lazen, en voorgelezen werden. Want door te lezen kwam je verder, was zijn stellige overtuiging. En door overal aan te snuffelen, al was het maar even. Ook aan gedichten. Vandaar dat hij ons zijn lievelingsgedicht liet leren.
 
Hij heeft in veel dingen gelijk gehad, en het gedicht begrijp ik inmiddels. Maar ik ben nu ook moeder.
 
 
 
Rouw, een intieme emotie
 
 
 
Tijdens de – zoveelste - herdenking van de slachtoffers van de MH17 moest ik afgelopen week denken aan een boek dat ik ooit heb vertaald. ‘Soham: het verhaal achter een gruweldaad,’ van Nicci Gerrard. Inderdaad, de vrouwelijke helft van Nicci French.
 
 
 
In opdracht van de Britse krant The Observer maakte Gerrard een meeslepende reconstructie van de moord (in 2002) op twee tienermeisjes, gekleed in een shirt van Manchester United. Tevens was haar gevraagd te onderzoeken waarom juist deze zaak zoveel mensen had aangegrepen, terwijl in het hele land, in de hele wereld, dagelijks kinderen verdwenen. En waarom een hele natie tot tranen toe bewogen was, toen de ontzielde lichaampjes van de meisjes die ze niet kende, waren gevonden.
 
Dit bracht Gerrard tevens bij de vraag of onbekenden zich wel zo’n intieme emotie als rouw mogen toe-eigenen. En of daarmee al die andere nabestaanden van eveneens onbekenden niet tekort worden gedaan. Of verdriet, en de verwerking daarvan, niet daar moet blijven waar het thuishoort: bij de direct betrokkenen. Elk sterfgeval is een afzonderlijke wereldramp in miniformaat. 298 slachtoffers – om bij de MH17 te blijven - 298 afzonderlijke wereldrampen in miniformaat. Voor degenen die achterblijven toch zeker.
 
Rouw, en de verwerking daarvan, is een teer onderwerp. Mensen als Elisabeth Kübler-Ross, Manu Keirse, Marinus van den Berg, Dorothee Sölle, hebben er mooie boeken over geschreven. Respectvol, ingetogen, begripvol. Zoals het hoort.
 
       
 
Sinterklaas, Pipi Langkous en Dik Trom nog steeds ongecensureerd verkrijgbaar
 
We hebben de handdoek in de ring gegooid, mijn rechterhand Otto en ik. Na avondenlang strepen, schrijven en afplakken, zijn we tot de conclusie gekomen dat dit geen oplossing is. We hebben nu besloten bepaalde boeken van ‘onder de toog’ te verkopen.
 
Eerst hebben we ons het leplazarus zitten schrijven door in elk Sinterklaasboek ‘zwarte Piet’ te vervangen door ‘vriend.’ Een oud-misdienaar wees ons echter op mogelijk verkeerde interpretaties, waarna we onmiddellijk een strookje over de term hebben geplakt met de tekst ‘uitzendkracht m/v, nationaliteit onbelangrijk.’
 
Vervolgens zijn we aan de slag gegaan met de boeken van Astrid Lindgren. Pipi Langkous’ vader schijnt ineens geen ‘negerkoning’ meer te zijn, maar ‘koning’. Dus dat werd strepen. Hetzelfde gold voor de alinea waarin Pipi, Tommy en Annika spleetogen maakten om er als Chinezen uit te zien.
 
Vooruitwerkend hadden we ook al de plantenboeken uit de kast getrokken om de pagina’s waarin afrikaantjes werden beschreven – die volgens deskundigen toch echt de grond in moeten om te groeien – eruit te scheuren. De boeken van Dik Trom hadden we al weggegooid. Daar was geen eer aan te behalen. Want als we Dik hadden veranderd in Dirk, zoals het joch echt heette, zou niemand het verhaal meer begrepen hebben. En om Dik nu te vervangen door ‘een door obesitas gekwelde jongeman,’ ging zelfs ons te ver.
 
De bewuste boeken staan nu, ongecensureerd (!) op een aparte plank onder de toog. Want zeg nu zelf, afplakken en strepen van woorden heeft geen zin. Anderen kwetsen zit helaas in het hoofd van sommige lezers, het staat niet in de boeken.
 
 
 
Jengelboeken: kassa bij de kassa!
 
Beter goed gejat, dan slecht verzonnen, heb ik ooit van een van mijn bazen in de uitgeverswereld geleerd. Vandaar onze nieuwe categorie: jengelboeken. Ze staan bij de kassa en zijn bedoeld voor kinderen. Van nul tot veertien. Van ouders die geen ‘nee’ durven zeggen.
 
Voor wie dit te vlug gaat. Enkele grootgrutters in ons land hebben het lumineuze idee geopperd speciale kassa’s in te richten waarbij geen snoep staat uitgestald. Dit om genante situaties voor ouders te voorkomen als hun op snoep beluste kinderen gaan jengelen als niet meteen de door hen gewenste Mars of Milky Way op de afreken-lopende-band wordt gelegd. Verder zouden de grootgrutters vrezen voor slechte gebitjes en overgewicht bij hun toekomstige klanten.
 
Vanaf vandaag liggen bij ons Brabantse Donald Ducks bij de kassa (gratis!), en Jip en Janneke, Polleke, Sjakie en de chocoladefabriek, Geronimo Stilton, boeken waarom ik – als ik een kind zou zijn – zou jengelen. En nee, wij vrezen niet dat onze toekomstige klanten hun verstand ‘verlezen.’ Of last krijgen van ‘lees-obesitas’.
 
Voor de bewuste ouder hebben we aan de andere kant van de kassa En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden (G. Feddema). Als u het niet erg vindt, blijven wij zelf recht achter de kassa staan.
 
 
 
Plaatsvervangende schaamte
 
Ergernissen schijnen minder te worden als je ze van je af schrijft. Althans, dat beweren hulpverleners uit de zachte sector. Ik blijf het een wonderlijk fenomeen vinden. Maar als je het nog nooit geprobeerd hebt, kun je er ook geen mening over hebben. Daarom als proef op de som onderstaand ‘van-me-af-schrijfsel.’
 
Ik erger me aan het gemeentebestuur van Roosendaal. Half augustus werd Jef Rademakers 65, een man die als televisieproducent, schrijver en dichter in het hele land bekendheid geniet. En die met zijn prachtige collectie schilderijen uit de romantiek door musea uit de hele wereld wordt uitgenodigd. Maar een felicitatie of Roosenspeldje van B en W, ho maar.
 
Zoveel cultureel onbenul staat helaas niet op zich. Anderhalf jaar geleden vierde de, tot in Rusland bekende, Roosendaalse componist Henk van der Vliet zijn 85ste verjaardag. Henk, nog steeds actief, kreeg voor dit heugelijke feit een concert in de Kring aangeboden met eigen werk. B en W waren uitgenodigd, maar lieten verstek gaan (!).
 
Jef en Henk hebben allebei Roosendaal internationaal op de kaart gezet én in het geschiedenisboek. En daarom alleen al verdienen ze een Tongerlohuys (om de Rademakers-collectie in onder te brengen) of een Henk van der Vliet-muziekschool.
 
Ik moet mijn kritiek inslikken, iets van je af schrijven helpt dus toch, heb ik gemerkt. Maar je moet wel op tijd stoppen. Anders wordt die ergernis, zoals bij mij, verdrongen door plaatsvervangende schaamte.
 
 
 
Pop-upwoord
 
Je zou het een pop-upwoord kunnen noemen. Niemand had er ooit van gehoord en ineens was het er (in Nederland).Toen was het weg om in Vaticaanstad weer op te duiken en vervolgens te verdwijnen. En afgelopen week schoot het woord weer ergens anders tevoorschijn: in België. Het gaat om mijn lievelingswoord voor 2013: abdiceren.
 
 
 
Voor zijn eigen volk en vaderland heeft namelijk nu ook de Belgische vorst aangekondigd te abdiceren, althans volgens de Nederlandse kranten. Zelfs verwoordde de koning het anders. Hij zei  ‘de fakkel’ over te dragen aan zijn zoon.
 
Wat is er – zeker in zijn geval – mis met ‘scepter’ denk je dan meteen. Zou hij voor de scepter een ander in gedachten hebben? Achter menig man – met name in koningskringen – staat immers een sterke vrouw.
 
Alvorens te gaan speculeren is het wellicht verstandig om er enkele boeken bij te pakken om onze Belgenkennis wat op te frissen. Voor een duik in de geschiedenis: Sire, er zijn geen Belgen (Jeroen Brouwers), Het Verdriet van België (Hugo Claus) en De leeuw van Vlaanderen (Hendrik Conscience). Wilt u meer weten over het politieke klimaat? Ik, Jean-Marie Dedecker, Gevangenisdagboek’(Jean-Pierre van Rossem) en De weg uit de crisis (Guy Verhofstadt).
 
Is dit alles te zwaar? Probeer dan eens – bruggetje! -  Van mijnstreek tot wijnstreek (Steve Stevaert), Het regime van Bart de Wever, of gewoon: Dagelijkse Kost 1, 2, 3, 4 (Jeroen Meus).
 
 
 
Royale literaire tienertoer
 
Op Koningsdag zult u mij niet buiten zien met een vlaggetje en een toetertje. Niet dat ik iets tegen het koningshuis heb, maar ik heb er ook niets mee. Al zijn er uitzonderingen. De Noorse kroonprinses Mette-Marit bijvoorbeeld.
 
Mette-Marit, echtgenote van de Noorse sprookjesprins Haakon, stapte vorige week in de ‘Litteraturtoget’ en reed daarmee van BodØ  naar StjØrdal (waar dat ligt mag u zelf opzoeken). En dat ‘om haar liefde voor boeken met iedereen te delen.’ Volgens de prinses is er een boek voor iedereen en – belangrijker nog - moet een boek ook voor iedereen toegankelijk zijn.
 
Om haar stellingen kracht bij te zetten, had de kroonprinses een trein om laten bouwen tot bibliotheek en had daar haar eigen favoriete boeken in gezet. Bovendien had ze, want gezellig is ze ook, een wagon laten vertimmeren tot literair café.
 
Tijdens de tweedaagse treinreis werd op elk tussenstation een boekenpraatje gehouden en mocht iedereen die lid was van de bieb een boek in de trein komen lenen.
 
Geweldig toch, zo’n prinses, al hebben wij ook niet te klagen. Als onze eigen prinses Laurentien (schrijfster van ‘Mr. Finney en de wereld op zijn kop’) van het initiatief had geweten, was ze vast ook meegereden. En misschien, stiekem dan toch, had ook Fergie, de ex van de Britse prins Andrew en schrijfster van ‘Budgie en de kleine helicopter,’ zich bij hen aangesloten.
 
O ja, en als ze dan met hun royale tienertoertrein langskomen, sta ik te zwaaien. Met vlaggetje en toetertje!
 
 
 
Bolle  internetmannetjes
 
Het blijft me verbazen hoe internet de mensen op het verkeerde been kan zetten en wat me daarbij nog het meest verwondert, is hoe wij dit als zoete koek slikken. Neem de aankoop van boeken. We bestellen ze steeds vaker via internet, want in onze tijd van ‘vlug, vlug, vlug’, willen we het boek ook ‘snel, snel, snel’ in huis. Kopen via internet zou verder goedkoper zijn en het assortiment op het web groter. Maar is dit allemaal wel zo?
 
 
 
Mijn ervaring is van niet. In de praktijk blijken de bolle mannetjes met hun boeken vaak minder hard te lopen dan wordt beloofd. En internet even duur als de winkel? Het boek op zich niet, want Nederland kent een vaste boekenprijs, dus is een nieuw boek overal even duur. De portokosten, die maken het verschil (lees: duurder). Het assortiment groter? Ook nee. Daar elke boekhandel zijn boeken via hetzelfde kanaal inkoopt als zijn grote internetbroeders, kunnen ook zij u het nieuwe boek van uw keuze bieden. Dus boeken koop je het best in de boekenwinkel? Inderdaad, maar vooral om een andere reden.
 
       Een boek is een ‘feelgoodproduct’ en wil uit het schap gehaald, bekeken, gelezen worden voordat het wordt gekocht. En u als klant – zo is onze ervaring – wil vooral geadviseerd worden, u wilt weten of het boek bij u past. Lukt het u niet om naar de winkel te gaan, dan biedt het internet uiteraard wel een oplossing, maar kies dan voor de webshop van de - Roosendaalse –boekhandelaar. Ook hier weer vanwege het advies. In tegenstelling tot de grote vakbroeders die uitsluitend via internet opereren, handelen zij uw bestelling én vragen een voor een af. En geven zij u bovendien de mogelijkheid een boek via het web te bestellen en in de winkel af te halen.
 
 
 
Boekendokter
 
Heb ik al verteld dat ik er iets bij ga doen? Ik word boekendokter. In een discreet hoekje van de winkel komt u me vertellen wat uw klachten zijn, en ik zoek daar een passend boek bij. Simple comme bonjour.
 
 
 
Neem de klacht buikpijn. Hebt u daar last van omdat u voor het eerst naar uw a.s. schoonouders moet, dan raad ik Hoe hoort het eigenlijk (R. van Ditzhuyzen) aan. Buikpijn vanwege ‘druk, druk, druk’? Geen probleem. In Maak van een mug geen olifant (R. Carlson) vindt u de remedie.
 
       Eindelijk die prins op het witte paard gevonden, maar bang voor onafhankelijkheid? Driemaal daags vijf pagina’s Het assepoester-complex (C. Dowling) en het komt allemaal goed. Nu eens geen hoofdpijn, maar echte buikpijn omdat het niet wil vlotten tussen de lakens? Seks is meer... dan recht op en neer (G. Donkers e.a.). Voor het slapengaan natuurlijk.
 
Een stom idee dit boekenconsult? Helemaal niet. In Engeland sturen artsen hun patiënten sinds kort naar de bibliotheek of boekenwinkel voordat er een recept wordt uitgeschreven. Ga eerst maar eens wat aan jezelf klussen en kom dan pas naar ons, is hun nieuwe stelregel.
 
Bij de bibliotheek, die daarvoor een leuke subsidie krijgt, ligt een lijst met ‘goedgekeurde boeken’. In Nederland zijn we echter nog niet zover, vandaar dat ik – als zelfbenoemde boekendokter - dit gat tijdelijk opvul. Uiteraard gaat mijn garantie op genezing niet verder dan de deur. Ik ben immers geen arts...
 
 
 
(Kinder)boekenambassadeur
 
Bah, bah, bah, dacht ik toen ik van het initiatief hoorde. In Engeland hebben ze er een, dus moeten wij er zo nodig ook een: een kinderboekenambassadeur. Weinig origineel, niet creatief... als ik eenmaal aan het mopperen ben, ben ik nu eenmaal niet te stuiten.
 
Ineens wist ik waar mijn aversie vandaan kwam. Het kwam niet alleen door het imiteren van een initiatief uit het buitenland, maar ook door het hokje waarin dit initiatief gestopt werd: het kinderho(e)kje.
 
       Begrijp me niet verkeerd, want met de keuze van Jacques Vriens, auteur van schitterende kinderboeken (over Meester Jaap en Tommie en Lotje bijvoorbeeld) is niets mis. Maar volgens mij wordt hij met de titel Kinderboekenambassadeur ernstig tekort gedaan. Lees onderstaand fragment uit zijn betoog ‘Nooit te oud om te lezen’, dat hij tijdens zijn installatie hield, en u weet wat ik bedoel.
 
‘Lezen is het tegenovergestelde van vluchtigheid,’ zo stelde hij. ‘Het is rust, intimiteit, langere concentratie, verdwijnen in een verhaal, andere mensen en culturen beter begrijpen, kennis opdoen en natuurlijk verbeelding. Lezen, of eigenlijk: leesplezier – écht in een tekst duiken en snappen wat er staat – is ook een voorwaarde om te kunnen leren.’
 
Inderdaad, daar is geen speld tussen te krijgen. Vriens’ betoog heeft niet alleen betrekking op het lezen van kinderboeken, maar op lezen in het algemeen. Op jong en oud, op fictie en non-fictie, op voorlezen. Wie dit zo kan verwoorden als Jacques Vriens verdient wat mij betreft de titel van BOEKENambassadeur. Met bijpassende ambtsketting!
 
 
 
Memory Lane
 
 
 
Iedereen die van boeken houdt, u weet het, is mijn vriend. Dus u begrijpt dat ik nogal wat vrienden heb. Met sommigen heb ik inmiddels zo’n speciale band dat we zelfs onze eigen grapjes hebben. Met meneer V. uit Heijningen bijvoorbeeld.
 
 
 
Meneer V. komt eens in de paar weken in de winkel langs. Als hij dan met een tas vol boeken weer huiswaarts gaat, blijft hij steevast bij de deur staan en roept vrolijk: ‘Tot de volgende keer maar weer, en ik beloof het, ik zal ze niet lezen hoor!’ Het grootste plezier hebben we als er een klant in de winkel staat. Want je ziet die denken: wie koopt er nu boeken om ze niet te lezen?
 
 
 
Maar meneer V. koopt inderdaad boeken – voor zichzelf en voor zijn vrouw – om ze niet te lezen. En hij heeft gelijk. Deze week heeft hij Arendsoog en Witte Veder meegenomen van J. (vader) Nowee. In zijn jeugd schitterende boeken, maar met een bril van nu op verhalen die niet opschieten, racistisch zelfs. Voor zijn vrouw had hij De H.B.S.-tijd van Joop ter Heul van Cissie van Marxveldt. Negentig jaar geleden eveneens geweldig, maar welke tiener zit nu nog te wachten op een verhaal over keurige H.B.S.- élèves, gekleed in een Schotse rok met speld, die op de hoek staan te gniffelen omdat er een jongen voorbij komt. Een JONGEN nog wel!
 
 
 
Nee, sommige boeken koop je voor een ‘walk down memory lane’. Om in de kast te zetten, eruit te halen, en terug te gaan naar de tijd van toen en te genieten van de leuke herinneringen. En om ze net als meneer V. vooral niét te lezen.
 
 
 
 
 
 
K(r)oningslied
 
Af en toe word ik doodmoe van dat internet. Er staan zo veel berichten op en die moet ik natuurlijk allemaal lezen. En dan die reacties. Ik google me het leplazarus om te zien of het allemaal wel klopt, want soms ga je toch twijfelen. Vorige week nog beweerde een of andere slimmerik dat ondertussen een contaminatie was van intussen en onderwijl. Mooi niet dus.
 
 
 
O, ga ik te snel? Afgelopen week stond ‘het net’ vol met berichten over het Koningslied. Het lied dat we allemaal zouden moeten zingen bij de abdicatie – alweer dat geweldige woord! – van onze koningin en de inhuldiging van haar zoon. En dat achteraf niet doorgaat. Het lied bedoel ik.
 
       Dat lied was van een dusdanige stompzinnigheid en stond zo vol met fouten dat half Nederland daarover viel en dat vervolgens wereldkundig meende te moeten via Twitter, Facebook en andere media. Schitterende proza leverde dat op (al vind ik wel dat sommigen dit op een beleefder manier hadden kunnen doen).  
 
       ‘Ik loop voor jou en zal achter je blijven staan (!?). De W van wakker, stamppot eten. Hou je veilig, zo lang ik leef.’ Het zijn zo maar wat strofen uit het lied en zeg nu zelf, is daar chocola van te maken?
 
       Alle onderzoeken waaruit blijkt dat Nederland in een verregaande staat van ontlezing verkeert en dat het met de kennis van de Nederlandse taal dieptriest gesteld is ten spijt, valt het met ons Nederlands best mee. Die reacties op het Koningslied doen me dus goed. Ik steek drie vingers in de lucht!
 
 
 
 
 
 
Mommy porn
 
 
 
 
Ik ken u niet, maar toch weet ik dat u de E.L. James –trilogie vast niet in huis hebt. Sterker nog, u hebt er zelfs geen bladzijde uit gelezen, maar toch weet u precies waar Vijftig tinten grijs, Vijftig tinten donkerder en Vijftig tinten vrij over gaan... 
 
 
 
De Vijftig tinten-trilogie domineert al wekenlang de Europese bestsellerlijsten. Volgens de uitgever zou het erotische boek al miljoenen vrouwenharten in vuur en vlam hebben gezet, en is het de meest grensverleggende erotica ooit door een vrouw geschreven. Recensenten daarentegen plaatsen het drieluik ergens tussen Bouquet en porno in. En ook steeds meer lezeressen – die het boek dus wél gelezen hebben – biechten eerlijk op dat honderden pagina’s smachten, zuchten en kreunen toch wel begint te vervelen. Zeker als het verhaal nog eens bijzonder slecht geschreven is ook. 
 
 
 
Toch verdient de schrijfster van mij een dikke pluim. Ze heeft het toch maar voor elkaar gekregen om grote groepen vrouwen aan het lezen te krijgen. En dat is niet niets. Het principe volgend ‘Je moet het ijzer smeden als het heet is,’ daarom van mij hieronder enkele tips over boeken over hetzelfde onderwerp – stomende seks – maar mét een plot en iets beter geschreven.
 
 
 
Het land Coitha (een compilatie erotische verhalen uit Zweden, vertaald en van een voorwoord voorzien door J. Bernlef), De dagboeken van Anais Nin (Anais Nin), Het ritsloze nummer (Erica Jong), Fanny Hill (John Cleland), Liesbeth en de wereld van Bob en Daphne (Han B. Aalberse), Justine, of de tegenspoed der deugdzaamheid (D. de Sade), Histoire d’O (Pauline Réage) en Candy (Terry Southern). 
 
Veel leesplezier!
 
 
 
 
 
 
Bomans
 
Afgelopen zaterdag heb ik een lekker glas gedronken om het te vieren. Nu heb ik daar over het algemeen weinig redenen voor nodig, maar ditmaal was er wel degelijk een speciale aanleiding. Zaterdag zou Godfried Bomans, die naar mijn mening te weinig erkenning heeft gekregen, namelijk honderd jaar zijn geworden.
 
 
 
Bij het grote publiek werd Bomans vooral bekend door De memoires of gedenkschriften van Mr. Pieter Bas, de strip Pa Pinkelman (en tante Pollewop).’ En niet te vergeten de satirische roman Erik of het klein insectenboek, die dit jaar – hulde! - centraal staat tijdens de manifestatie Nederland Leest.
 
Met meer dan zestig boeken, maar ook tal van toneelstukken en essays op zijn naam, was Godfried Bomans tijdens zijn leven een van de meest gelezen schrijvers in Nederland. Ook op radio en tv, toen nog nieuwe media, was hij door zijn gevatte uitspraken een graag geziene gast.
 
Bomans was ook een groot liefhebber van de Engelse literatuur, waarbij hij volgens critici geregeld leentjebuur speelde. Zo zou Sherlock Holmes uit de romans van Arthur Conan Doyle model hebben gestaan voor Bill Clifford en Alice (van Alice in Wonderland) voor Erik (van het klein insectenboek). In Pa Pinkelman zien sommigen gelijkenis met Pickwick van de Pickwick Club, de eerste roman van Charles Dickens en die op sublieme wijze werd vertaald door – u raadt het al – Godfried Bomans.
 
Maar hoe dan ook: Bomans is het lezen waard. Enkele titels heb ik u al gegeven.
 
 
 
Jaar van het Voorlezen
 
We zitten nu een week in het nieuwe jaar, dus het mag nog net: u het allerbeste wensen. Uiteraard ook namens mijn boekenmaatje Rudi van de Wal van Bruna. Wat 2013 gaat brengen, is natuurlijk nog gissen, maar een ding staat vast: liefhebbers van verhalen zullen niets te klagen hebben. 2013 is namelijk uitgeroepen tot het Jaar van het Voorlezen.
 
 
 
Dit jaar bestaat de Stichting Lezen 25 jaar, de Nationale Voorleeswedstrijd 20 jaar, de Nationale Voorleesdagen 10 jaar en BoekStart 5 jaar. Aanleiding genoeg dus om aan al deze jubilea samen een groot feest te verbinden.
 
       Voor lezen komt voorlezen, wordt wel eens gezegd. En in de meeste gevallen klopt dat ook. Kinderen die geregeld worden voorgelezen, zullen later sneller naar een boek pakken. Bovendien vergroot het hun woordenschat.
 
       Maar voorlezen heeft meer voordelen. Het is plezier voor twee, voor zowel de voorlezer als degene die wordt voorgelezen. Voorlezen doe je namelijk samen. Het is een activiteit die overal en altijd kan. En die door iedereen kan worden beoefend. Goed voorlezen is weliswaar een kunst, maar wel een kunst die kan worden geleerd.
 
       Voorlezen én voorgelezen worden is bovendien niet leeftijdsgebonden. Kinderen vinden het vaak schitterend hun ouders voor te lezen. Maar ook ouderen, die soms zelf niet meer in staat zijn een boek ter hand te nemen, vinden het geweldig om voorgelezen te worden.
 
        Het Jaar van het Voorlezen gaat op 23 januari officieel van start tijdens de extra feestelijke – u raadt het al, twintigste - editie van het Nationale Voorleesontbijt. Daarna vult elke school, bibliotheek en kinderdagverblijf zelf het thema in met voorleessessies, optredens en informatiebijeenkomsten. In Roosendaal wordt tijdens de Kinderboekenweek een kinderboekenmarkt gehouden. Met uiteraard een voorleeswedstrijd.
 
 
 
 
 
Afwijking
 
Iedereen recht heeft op een eigen afwijking, heeft iemand me ooit gezegd. U kunt zich voorstellen dat ik het daar meteen mee eens was. Toegegeven, ik heb misschien meer dan één afwijking, maar ik vond het &ndandash; en vind dat nog steeds – een geruststellend idee dat je afwijkingen mag hebben.
 
 
 
Een van mijn afwijkingen is het verzamelen van uitspraken. Ik heb zelfs een speciaal schrift, waarin ik ze opschrijf. En vang ik onderweg een mooie kreet op, dan volstaat de achterkant van een kassabonnetje ook.
 
       Overigens ben ik niet de enige die dol is op uitspraken, want gezien het groot aantal citatenboeken moeten er velen met mij zijn. Een klein – niet compleet - overzicht:
 
       Als beminnen zondig is... van Toon Kortooms (‘Die laag mikken, raken me niet’), Jane Austen over Liefde en Vriendschap, citaten uit haar romans (‘Waar mensen echt aan elkaar gehecht zijn, is armoede zelf al rijkdom.’), Humor is overwonnen droefheid van Godfried Bomans (‘Waar je ook staat, je staat altijd op iemands tenen.’), Het Oscar Wilde Citatenboek (‘Wie zondigt uit liefde, zondigt niet.’)
 
       En dan zijn er nog de algemene citatenboeken zoals het door Cees Buddingh’ samengestelde Prisma Citatenboek, het Modern Citatenboek van Gerd de Ley en Kosmos groot citatenboek. En niet te vergeten de citatenboeken rond een bepaald onderwerp: 265 redenen tot ruzie van J. Greshoff (‘Vele vrienden maken de vriendschap dun.’), 1001 wijze uitspraken over ouder worden (‘Je ouderdom doet er niet toe, tenzij je een kaas bent.’)
 
       Tot slot een uit mijn schrift, van de Belg Luc Vandeput, en toepasselijk voor deze tijd van het jaar: ‘Bedenk eens niet wat u gaat doen tussen Kerstmis en Nieuwjaar, maar wat u gaat doen tussen Nieuwjaar en Kerstmis.’
 
 
 
Dickens
 
Gisteren, dinsdag, was het precies tweehonderd jaar geleden dat de bekende Engelse auteur Charles John Huffham Dickens werd geboren. Een feit dat over de hele wereld uitgebreid werd herdacht. Afgelopen weekeinde nog vond in Deventer het jaarlijks terugkerende Dickensfestijn plaats, waarbij uiteraard werd stilgestaan bij de geboortedag van deze Britse rasverteller. In Londen werd Dickens’ voormalige woonhuis na een ruim vijf miljoen kostende verbouwing als museum heropend.
 
 
 
Van Dickens wordt wel eens gezegd dat hij in Engeland de sociale roman heeft uitgevonden. Hoewel hij zeker geen moralist was, wist hij vaak de vinger op de gevoelige plaats te leggen.
 
       Ondanks hun ouderdom zijn Dickens’ verhalen – ook in hun oervorm – prima te lezen. Hij schreef in een Engels dat nog steeds niet gedateerd is en ook de onderwerpen waarover hij schreef, zijn nog steeds herkenbaar. Wellicht daarom is het niet vreemd dat veel schrijvers zich door de Engelse meester (hebben) laten beïnvloeden.
 
Godfried Bomans bijvoorbeeld, die Dickens’ debuut The Pickwick Papers op sublieme wijze heeft vertaald, was een Dickensiaan in hart en nieren. Lees Bomans’ Pieter Bas en u begrijpt het meteen.
 
Ook de Vlaming Stefan Brijs is met zijn Post voor mevrouw Bromley op zijn Dickens te werk gegaan: goed uitgewerkte karakters, onverwachte plotwendingen en hier en daar wat ironie en humor. Alles in de juiste dosering. En wat de denken van het prachtige epos De Quincunx – de erfenis van John Huffam van Charles Pallisser? Ruim achthonderd pagina’s dik, maar wel achthonderd pagina’s genieten!
 
Maar dit zijn allemaal boeken voor later. In deze donkere dagen voor kerst is het eerst tijd voor Dickens Oliver Twist en natuurlijk zijn beroemde kerstvertelling A Christmas Carol in Prose (alle in vertaling uitgegeven door o.a. uitgeverij Spectrum).
 
Fijne dagen toegewenst!
 
       
 
 
Onsterfelijk
 
 
 
 
Oei, ik moest hiervoor zo nodig iets schrijven over auteurs die hun eigen boek aanprijzen om zo hun verkoopcijfers op te krikken en nu ga ik hetzelfde doen. Nou ja, eigenlijk niet echt, want het boek Onsterfelijk waarover ik u iets wil vertellen heb ik niet zelf geschreven, maar vertaald.  Bovendien word ik geen cent wijzer van opgekrikte verkoopcijfers. Waarom dan toch aandacht voor deze ‘young adult’? Eenvoudig, het is een geweldig verhaal, en de naam van de auteur, Jessica Khoury is er een die u in de oren moet knopen, want we gaan zeker meer van haar horen.
 
 
 
Het verhaal: De zeventienjarige Pia woont diep verscholen in een afgesloten wetenschappersdorp in het Amazonewoud. Ze is het product van een experiment, met het doel een mens te creëren die niet kan sterven. Ze is de eerste en tot nu toe de enige, en het lijkt te werken: ze is onkwetsbaar. Maar Pia zit gevangen. Ze heeft geen leeftijdgenoten, ze mag het dorp niet verlaten en ze moet voortdurend allerlei wetenschappelijke testen ondergaan. Lange tijd weet haar 'familie' haar ervan te overtuigen dat dit het beste is voor haar, maar wanneer ze uit pure frustratie door een gat in het hek ontsnapt en in de jungle terechtkomt, gaat voor haar een nieuwe wereld open.
 
 
 
‘Onsterfelijk’ is de debuutroman van de 22-jarige (!) Amerikaanse auteur Jessica Khoury. Het verhaal – een beetje romantisch, een beetje SF, een beetje fantasy (drie genres waar ik overigens niet van hou) leest als een trein, en na afloop denk je ‘het zou best eens waar kunnen zijn’. Als ‘belegen’ young adult werd ik bovendien getroffen door de vele wijsheden die Khoury in haar verhaal verweefde. Kortom: een aanrader.
 
 
 
 
 
 
 
 
Recensies
 
 
 
 
Ik moet  u iets bekennen. Twee jaar geleden was Rien Broere met zijn boek IJskonijn genomineerd voor de Jeugdliteratuurprijs en ik heb op hem gestemd. Zonder het boek te lezen, jawel. De reden? Rien komt uit Roosendaal, is een aardige man, schrijft leuke kinderboeken (waarvan ik de meeste wél heb gelezen, dus waarom zou IJskonijn minder goed zijn?) en we werken voor dezelfde uitgever. 
 
 
 
Waarom ik met deze vreemde bekentenis kom? Twee weken geleden stond de internationale boekenwereld op zijn kop omdat de Britse misdaadauteurs Stephen Leather (De Chinees, Verkocht aan de duivel) en R.J. Ellory (Een mooie dag om te sterven, Schijnwereld) hadden toegegeven onder valse namen neprecensies te schrijven om zo de eigen verkoopcijfers op te krikken. En dat kon niet vonden velen.
 
 
 
Een hoop ophef om niets, lijkt me, want dit soort trucjes is schering en inslag in de boekenwereld. Zo zijn er uitgeverijen die lezers een gratis boek toesturen in ruil voor positieve recensies op een commerciële site. Of bedrijfjes – boekreviewers.nl bijvoorbeeld – die er geld voor geven. 
 
 
 
Van mij mag dit allemaal. De gemiddelde lezer is slim genoeg om door deze gekochte meningen heen te prikken. Het zijn de échte recensies waar ik vaak problemen mee heb. Recensies van mensen uit het vak, die tot overmaat van ramp hun mening uitdrukken in sterren. En die vergeten erbij te zetten van welke schaal ze uitgaan: de schaal van Kluun of de schaal van W.F. Hermans. Pas dan ben je verkeerd bezig. 
 
O, voordat ik het vergeet. Rien Broere heeft zojuist een nieuw boek uitgebracht De dag dat Jodocus B zijn paard wilde leren fluiten. Geweldig!
 
 
 
 
 
 
 
Onbetamelijke vraag
 
 
 
 
Het kwaad in jezelf – waar ligt jouw grens? Voordat u me beticht van onbetamelijkheden, niet ik heb die gekke vraag bedacht, maar de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Het is het motto voor de maand van het spannende boek die, zoals u waarschijnlijk weet, elk jaar in juni wordt gehouden. Nu dus. 
 
 
 
Sorry, maar af en toe moet ik even katten – over het kwaad in jezelf gesproken... Het blijft me namelijk dwarszitten dat de CPNB tweedehandsboekhandels niet als echte vakbroeders beschouwt en wij dus weer niet mee mogen doen met ‘de maand van’.
 
 
 
Maar ik moet niet flauw doen, misschien is de vraag over het kwaad in jezelf en over waar de eigen grens ligt niet eens zo vreemd. Als we de statistieken mogen geloven, moet zo’n 80% van de moordenaars immers in de familie of kennissenkring van het slachtoffer worden gezocht... En dat gegeven vormt natuurlijk een geweldige inspiratiebron voor crimeschrijvers.
 
 
 
Bij kwaad in jezelf denk ik overigens niet als eerste aan moord, maar aan wraak, zoals in: De graaf van Monte Christo (Alexandre Dumas, père), Levens en liefdes van een duivelin (Fay Weldon) en Carrie (Stephen King).
 
 
 
En dan, waar ligt de grens? De hoofdpersonen uit Dexter (Jeff Lindsay), Mr. Ripley (Patricia Highsmith) en De minzame moordenaar (Bram Dehouck, winnaar Gouden Strop) zijn ervan overtuigd dat ze, ondanks dat ze hebben gemoord, binnen hun grenzen zijn gebleven en ze rechtvaardigen dan ook wat ze hebben gedaan.
 
 
 
O ja, koopt u deze maand bij mijn collega Pieter Kersten, van antiquariaat De Binnensingel, of bij mij voor € 12,50 een spannend boek, dan ontvangt u bij ons ook een geschenkboek. Tweedehands uiteraard!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Goed boek
 
 
Er was eens een redacteur die alleen nog maar goede boeken wilde uitgeven en hij begon daarom zijn eigen uitgeverij. Maar de goede boeken werden door het grote publiek niet als zodanig herkend en dus ook niet gekocht. Anderhalf jaar later was de uitgever failliet. Het verhaal is helaas waar...
 
Wat een goed boek is? Ik zou het niet weten. Echt niet.
 
Ik weet wel wanneer ík een boek goed vind. Dat is als het thema me aanspreekt en op een sublieme wijze wordt verwoord, zoals Le petit prince (Antoine de Saint Exupéry), Madame Bovary (Gustave Flaubert) en, niet te vergeten, The picture of Dorian Gray (Oscar Wilde). Anderzijds kan ik ook genieten van de Bommel-verhalen van Marten Toonder. Of draait het daarbij toch weer om thema en woordkeuze?
 
Af en toe, heel af en toe, heb ik zelfs het idee dat een boek, of een passage daaruit, speciaal voor mij is geschreven. De profeet van Kahlik Gibran en dan met name het stuk ‘Je kinderen zijn je kinderen niet..’ bijvoorbeeld.
 
En al ben ik geen echte liefhebber van gedichten, bij W.H. Audens Funeral blues lukt het me niet mijn ogen droog te houden, net zo min als bij het gedicht Voor een dag van morgen van Hans Andreus. Maar wat is mooi?
 
Een collega gaf me onlangs zijn definitie van een goed boek. Dat was een boek waarvan hij de laatste twintig pagina’s niet las. Want stel dat het einde zou tegenvallen...
 
 
 
Weigerambtenaar
 
Als taalliefhebber hebt u het waarschijnlijk al gelezen. Het woord ‘weigerambtenaar’ is vorige week door de leden van het Genootschap Onze Taal – ook taalliefhebbers – tijdens hun jaarlijkse congres tot woord van het jaar gekozen. Een mooi woord, nee. De juiste keus, ja. Ik zal u vertellen waarom.
 
Voor wie het woord niet kent eerst even een korte uitleg. Een weigerambtenaar is een ambtenaar van de burgerlijke stand die – uit principieel oogpunt (!) - weigert twee mensen van dezelfde kunne en die van elkaar houden in de echt te verbinden. Daar het naar mijn bescheiden mening nooit erg kan zijn om van iemand te houden, vind ik het geen mooi woord.
 
Waarom ik het wel de juiste keuze vind? Woorden van het jaar hebben namelijk de neiging snel te verdwijnen. Als woord én als betekenis. Kunt u nog uitleggen wat ‘swaffelen’ is, en ‘Bokitoproof’? Kijk, dat bedoel ik dus, met een beetje geluk kent over een paar jaar niemand de echte betekenis van het woord ‘weigerambtenaar’ meer en wordt gedacht dat er een ambtenaar mee wordt bedoeld die weigert te werken...
 
Feit blijft wel dat die nieuwe woorden en woorden van het jaar een grappig fenomeen vormen. Van Dale besteedt er jaarlijks zelfs een speciaal boek aan. ‘Jaarboek Taal 20.. ‘ luidt de originele titel. Een kleine bloemlezing uit de editie 2008 (‘met 3650 nieuwe woorden die het afgelopen jaar de Nederlandse taal hebben verrijkt’): 3P-benadering, druppeldood, hipkip, hottentothaas (= mijn favoriet), relikwab, slaafchocolade, tweeherig, versinterklazen, wokkok.
 
Leuk toch?
 
 
 
Goudgeld
 
Ze komen meestal met z’n tweeën. En ze hebben een vraag. De ouders zijn gestorven en nu moeten zij het huis leegruimen. De meeste spullen zijn rijp voor de stort natuurlijk. Maar er zitten ook boeken tussen, een paar zelfs die nog van hún ouders zijn geweest. Antiek, zeg maar. En dan komt het hoge woord eruit: hoeveel krijgen we ervoor?
 
Vreselijke momenten zijn dat. Want de meeste oude boeken zijn niets waard. Maar hoe vertel je dat aan mensen die denken een schat op zolder te hebben gevonden en die verwachten toch zeker met honderden, zoniet duizenden euro’s terug naar huis te gaan. Daarom hierbij een tipje van de sluier, om teleurstellingen in de toekomst te voorkomen.
 
Hoe banaal het wellicht ook klinkt, ook bij boeken hangt de waarde af van vraag en aanbod. Was de oplage groot en zijn er nog veel exemplaren in omloop, dan zal de waarde gering zijn. Verder speelt mee of het boek compleet is, er niet in geschreven is en of er geen bladzijden zijn uitgescheurd. Ook de staat is belangrijk. Zitten er wormgaatjes in of vochtvlekken op? Is de stofomslag nog aanwezig en, als het boek deel uitmaakt van een serie, is deze compleet? Ook de uitvoering is bij de waardebepaling van belang. Is het boek ingebonden (in leer), geplakt, geniet?
 
O, en ook dit nog: eerste drukken zijn zelden bijzonder. Sterker nog: van veel schrijvers zijn de tweede drukken nog zeldzamer dan de eerste...
 
 
 
Boekenhaters
 
Al sinds jaar en dag zijn er boekenhaters en –vrezers; pausen, dictators en puriteinen, die boeken omwille van hun inhoud verbieden en hun makers (laten) doden, vervolgen of dwingen in ballingschap te leven. Homerus (Odyssee) onderging dat lot, en ook Vondel (Palamedes), Anna Achmatova (Epos zonder held) en Salman Rushdie (De duivelsverzen), om er enkelen te noemen.
 
Walt Disney – ja, ook die – kwam er genadiger van af. In 1948 riep de Nederlandse overheid via een advertentie school- en gemeentebesturen op om de verspreiding van Donald Duck tegen te gaan. De gewelddadige verhalen zouden schadelijk zijn voor de jeugd, criminaliteit uitlokken en Joost, (nee, niet die van Ollie B.), weet wat nog meer.
 
In de vorm van de Amerikaanse computergigant Apple is er nu een nieuwe zedenprediker opgestaan. Onlangs sprak het bedrijf wegens ‘racial issues’ de banvloek uit over Suske en Wiske. De heks, de Zwarte Madam, bleek de boosdoener.
 
De vloek is inmiddels ongedaan gemaakt...
 
 
 
Onwelvoeglijke taal
 
Afgelopen weekeinde vond in België de wereldpremière plaats van de 3D-animatiefilm De avonturen van Kuifje: het geheim van de Eenhoorn. Regisseur Steven Spielberg was speciaal voor de gelegenheid naar Brussel komen overvliegen, waar hij door ontslagnemend minister Didier Reynders zelfs een hoge onderscheiding kreeg opgespeld. Kortom: feest alom, of toch niet...
 
Natuurlijk wel, al was het wel een feest met een rouwrandje. Amper drie weken geleden werden de sympathieke journalist Kuifje en diens trouwe viervoeter Bobbie namelijk in datzelfde Brussel voor de rechtbank gedaagd wegens onwelvoeglijke taal in hun album Kuifje in Congo.
 
Dat mocht toen natuurlijk niet en nu nog niet. Paradoxaal genoeg is het alleen niet te hopen dat de rechtbank de Congolees die de belediging aankaartte in het gelijk stelt, al heeft de man een overschot aan gelijk. Het verhaal ‘Kuifje in Congo’ schetst namelijk een beeld uit die tijd, zoals tal van boeken uit diezelfde periode dat ook doen. En alleen daarom al zou het verkeerd zijn de strip uit de handel te nemen.
 
Wat dan wel? Ik kan natuurlijk niet op de stoel van de Brusselse magistraat gaan zitten, maar ik zou de uitgever verplichten de strip te voorzien van een sticker met daarop ‘strip/geschiedenis’.
 
En als de uitgevers slim zijn, voeren ze – om problemen in de toekomst te voorkomen – een dergelijk systeem zelfs standaard in, bijvoorbeeld: De Borgia’s (religie/true crime), De Montignac-methode (dieet/SF), Jip en Janneke (kinderboek/management), De vrouwen van Prins Bernhard (koningshuis/kunst). Het is maar een idee...
 
 
 
Encyclopedie
 
Of wij ook encyclopedieën hebben. Jazeker. Of we ze verkopen. Nee dat niet, want we kunnen ze aan de straatstenen niet kwijt. De Winkler Prins niet, de Oosthoek niet, de Larousse niet. Zelfs niet als we ze weggeven. Gratis.
 
De aanschaf van een encyclopedie was vroeger een kostbare zaak. Van A tot en met Z, plus aanvullingen toch zeker enkele maandsalarissen. Colporteurs praatten zich destijds – de jaren zestig en zeventig - ongegeneerd bij menig huisgezin binnen om te vertellen hoe belangrijk het was om een encyclopedie te bezitten. ‘Voor de kinderen’, wel te verstaan. Waarna pa braaf zijn handtekening zette en hij vervolgens een aantal jaren lang maandelijks enkele tientjes mocht dokken.
 
Diezelfde kinderen proberen nu de in bananendozen gepropte Summa’s, ENSIE’s en Sesams - stuk voor stuk schitterende naslagwerken en zonder uitzondering in prima staat - aan mij te slijten. Want, zo luidt het excuus, ‘Encyclopedieën zijn uit de tijd, als we iets willen weten kijken we wel op Wikipedia.’
 
Wikipedia vierde onlangs in Den Bosch het tienjarig bestaan van de Nederlandse versie. Het zou dus ‘goed’ moeten zijn. Maar arrogant als ik ben, durf ik te stellen van niet. De ‘vrije encyclopedie’ wordt immers geschreven door de gebruiker zelf. Een garantie voor de juistheid en kwaliteit van de artikelen durft Wikipedia dan ook niet te geven. Vandaar dat ik mijn encyclopedieën nog even bewaar. Er komt vast weer een tijd dat mensen behoefte hebben aan kennis in plaats van informatie.
 
 
Zo maar een... sollicitatie
 
‘Dag buurvrouw.’
‘Dag buurman.’
‘Alles goed?’
‘Ja hoor, met jou toch ook zeker?’
‘'t Kon niet beter. Maar wat ik vragen wou, heb je zo’n kaartje voor me. Een met het adres van de winkel erop.’.
‘Hoezo, ga je reclame voor me maken?’
‘Nee, dat niet, maar ze willen bewijs dat ik hier heb gesolliciteerd.’
‘Gesolliciteerd?’
‘Ja, je weet toch dat ik van de soos trek?’
‘Ja.’
‘Nou willen die lui dat ik ga werken. Maar ik zal wel gek zijn, voor die paar centen meer die ik dan krijg. Daarom heb ik dat kaartje nodig. Dan kan ik laten zien dat ik hier ben geweest om te vragen of je iemand nodig hebt in de winkel.’
‘Maar dat is toch niet zo?’
‘Nee. Hoezo, heb je wel iemand nodig dan? Want dan was ik niet gekomen.'
 
 
 
Dame
 
Er zijn vrouwen en dames. Het heeft weinig zin het verschil uit te leggen, want je kunt het toch niet worden. Je wordt als vrouw of dame geboren. Helaas, maar het is niet anders.
 
 
 
Ellen behoort duidelijk tot de laatste categorie. Een vlotte veertiger, gehuld in t-shirt en spijkerbroek en meestal gewapend met een camera waarmee ze de meest prachtige plaatjes schiet. Maar bovenal een dame. Soms komt ze even langs om een praatje te maken. Dan drinken we een kopje thee en is het elke keer weer gezellig. Zo ook vandaag.
 
 
 
We zitten nauwelijks of Leon komt binnen. Een vaste, niet-kopende klant, die het leuk vindt om in de boeken te neuzen. Geeft niet, mag ook. Iedereen die van boeken houdt, is immers mijn vriend.
 
 
 
Leon is van Afrikaanse afkomst. Hij spreekt alleen Frans en maakt zich altijd wel ergens zorgen over. Vandaag over mijn gezondheid. ‘Steeds als ik jou zie, zit er wel iets in het gips of het verband. Nu draag je weer een brace. Ik was met mijn duim achter een deur blijven hangen, vandaar. ‘Je moet beter voor jezelf zorgen. Aan je conditie werken. Zo, bijvoorbeeld.’ En voordat ik de kans heb om met mijn ogen te knipperen, ligt Leon plat tussen de boeken om zich een, twee... twintig keer op te drukken. En dan nog eens tien keer met een hand op zijn rug.
 
 
 
Ook voor Ellen ging het allemaal te vlug. De boomlange man was ineens verdwenen. Met een vragende blik kijkt ze me aan, staat langzaam op en kijkt over de kinderboeken heen om daar de pompende Afrikaan te zien. Zonder te verblikken of te verblozen gaat ze weer zitten en neemt een slokje thee.
 
 
 
Leon staat op en na zich ervan verzekerd te hebben dat ik zijn boodschap heb begrepen, gaat hij weg. ‘Au revoir,’ zegt Ellen, en ze knikt hem vriendelijk toe.
 
 
 
Inderdaad, een dame.
 
 
 
 
 
Lieve oma,
 
(Mjn excuses, mevrouw, dat ik mij via deze onpersoonlijke weg tot u richt en u niet persoonlijk benader, maar ik heb uw adres niet.)
 
Ik heb nog de hele middag aan u moeten denken en met name aan uw beschamende blik toen u met uw kleinzoon de winkel verliet. U prevelde daarbij ook nog sorry, en dook nog verder in elkaar dan u van nature al loopt. Ik vond dit heel erg, en dat is ook de reden dat ik u dit briefje schrijf.
 
U hoeft zich niet te schamen of te verontschuldigen. Ik weet best dat uw dochter haar zoontje goed heeft opgevoed. Maar mevrouw, de jeugd van tegenwoordig krijgt zo veel indrukken te verwerken, dat de regels van thuis wel eens worden vergeten.
 
Zit er daarom niet mee dat hij u een ‘ouwe trol’ vindt, omdat hij de Engelstalige versie van ‘In de ban van de ring’ niet van u kreeg. U hoorde toch dat hij ‘genoeg zakgeld krijgt, en het boek daarom zelf wel koopt.’ Dat hij met zijn vieze plakvingers alle boeken vastpakte, op de verkeerde plaats terugzette of op de grond gooide, is evenmin een punt. Dat is immers mijn probleem, zoals uw pientere kleinzoon terecht opmerkte.
 
Ook kunt u er niets aan doen, lieve oma, dat hij tussen dertigduizend boeken zijn keus niet kan vinden. Boeken die, zoals uw oogappel het uitdrukte, ‘tweedemans’ zijn, wil hij niet. En als u goed naar hem had geluisterd, dan had u dat kunnen weten, meen ik opgevangen te hebben.
 
Dankzij mijn gebrekkige geheugen ben ik de benamingen ‘graftak,’ ‘stom wijf’en ‘trut’, daar waar hij ‘oma’ en ‘mevrouw’ – mij dus – bedoelde, morgen weer vergeten. Dus maakt u zich daar ook geen zorgen over.
 
Echt mevrouw, ik neem u niets kwalijk. En ik zie u ook graag nog een keer terug in de winkel. Maar misschien moet u dan alleen komen. Uw kleinzoon gaat liever naar een ‘echte’ boekenwinkel. En mij vond hij ook niet echt aardig.
 
Met vriendelijke groet,
 
Katrien van de Boekenwurm
 
 
 
Alsjeblieft..?
 
Beste mensen,
 
 
Wat zouden jullie me een plezier doen als jullie (weer?) eens een goed boek gingen lezen. Iets van Hermans, Bordewijk of Ruyslinck bijvoorbeeld. Liever Claus, Bernlef of Wolkers? Ook goed, als het maar schrijvers zijn die geen RTL4- en SBS6-klets bezigen. Mensen van wie je weer kunt leren dat je muziek BEluistert en niet luistert, een film BEkijkt en niet kijkt. Dat je je niet AAN iemand kunt irriteren, maar wel kunt ergeren. Die boeken hoeven jullie zelfs niet te kopen, in de winkel lezen mag ook. Alsjeblieft..?
 
 
 
FAQ
 
Q: Hebt u al deze boeken gelezen?
A: Zeker, sommige wel twee of drie keer (het zijn er meer dan 30.000...)
 
Q: Leest u zelf ook graag?
A: Absoluut niet. Sterker nog, ik kan niet eens lezen! (grapje)
 
Q: Wat grappig. Zijn dat echt de duifjes boven de kassa die ik hoor als ik binnenkom?
A: Jazeker. (Nee, dat mag ik niet zeggen. Het is een foeilelijk nepvogeltje, dat verdekt staat opgesteld achter de planten bij de winkeldeur - en die steeds hoognodig water nodig hebben, jaja, ik weet het. € 1,99 in de aanbieding bij Dirk.)
 
Q: Ik ben al jaren op zoek naar een bepaald boek, maar ik denk niet dat u het heeft.
A: Wat dapper van u dat u dan toch even langs komt!
 
Q: (Op bekakte toon) Kan ik mijn fiets hier wel voor de deur laten staan? Ik bedoel, met al die buitenlandse mensen hier in de straat.
 
A: Ach, we hebben hier meer last van mensen zonder beschaving, dan van mensen uit een andere beschaving... (Tsjakkaa!)
 
 
 
Annie
 
Er zijn van die mensen die je hele dag goed maken, en vraag me niet waarom. Annie is zo iemand. Vandaag stond ze voor de etalage en gooide haar hoofd in haar nek alsof ze wilde vragen: 'En?' Ik schudde mijn hoofd. Annie en ik begrijpen elkaar. Ze wilde weten of er nog nieuwe Baantjers waren binnengekomen, want die spaart ze. Nee dus.
 
Annie is een echte Roosendaalse met een stem als een scheepstoeter en een hart van goud. Iemand die met de fiets aan de hand op 2 januari de winkeldeur opengooit en naar binnen schreeuwt: 'Beste wensen!' Een geweldig mens.
 
En... eh... ik sta ook in haar testament. Mocht zij ooit een keer gaan hemelen, dan komen alle Baantjers, terug naar mij. Anders verdwijnen ze volgens haar in de kliko en dat zou ze zonde vinden. Vandaar.
 
Ik ben niet gelovig, maar doe nu toch een plechtige oproep aan de heilige Petrus om Annie de eerstkomende veertig jaar nog niet aan zijn poort te ontbieden. Ze bezorgt hier beneden nog te veel mensen een dag met een gouden randje.
 
En als die veertig jaar verstreken zijn, ga ik toch gezellig met haar mee. Wedden dat ze dan ook vrolijk de hemelpoort opengooit en roept: 'Beste wensen!'
 
 
 
Terug
 
Ik ben weer terug van weggeweest. Ben niet echt weggeweest, maar ben nu wel terug.
 
 
 
Kees van Kooten
 
Kees van Kooten is vandaag weer geweest. Nee, natuurlijk niet de échte Van Kooten, maar diens alter ego in de vermomming van de vieze man.
 
Mijn Kees van Kooten hoeft zich niet te vermommen, hij is al vies van zichzelf. Eens in de maand komt hij en vraagt dan schuchter: 'Eh, staan ze nog steeds boven...? Mag ik doorlopen?' Natuurlijk mag dat, ik ben de moeilijkste niet. Als hij steevast driekwartier later met blozende wangen terug beneden komt en mompelt: 'Nee.. eh.. sorry. Er zat niks bij vandaag,' antwoord ik vrolijk: 'Dat geeft niet. Tot volgende maand!'
 
De beste man heeft nog nooit één boek gekocht, maar dat stoort me niet, want ik ben hem wat schuldig.
 
Ik weet nog goed toen hij de eerste keer binnenkwam en vroeg: 'Heeft u ook seksboekjes?' Zeker hebben we die, al houden we het wel netjes.'Om te weten hoe het moet, of hoe het voelt?' vroeg ik praktisch, want het gaat om twee verschillende categorieën. Hij wilde het laatste.
 
Nadat ik hem de plank 'erotiek' had gewezen, bleef hij me aankijken. Eindelijk kwam het hoge woord eruit: 'Kunt u een stukje voorlezen? Na wat gebloos en gehakkel van mijn kant begreep hij dat dit niet tot mijn specialiteiten hoorde. Zou ook niet collegiaal zijn met een seksshop aan de overkant en erotische massages verlenende dames een paar deuren verderop. Leesbrillen hebben we sinds die tijd wel.
 
 
 
Joehoe
 
Eigenlijk zijn het mijn zaken niet, maar dat betekent niet dat ik er geen mening over mag hebben: de overlijdensadvertenties in BN/De Stem. Wáát? Inderdaad, de overlijdensadvertenties in BN/De Stem. Mijn oude werkgever maakt er steeds meer een potje van. Eerst kwamen die semi-serieuze rijmelarijtjes van Toon Hermans, toen werden de treurige rouwkaders teruggebracht tot een simpel lijntje, en sinds kort wordt de naam van de overledene in enorme koeienletters gedrukt, waardoor de naam als het ware de pagina uit knalt. Alsof de overledene wil zeggen: 'Hé, lezer, kijk eens. Ja, hier. Ik ben er niet meer! Joehoe, kijk dan. Hier sta ik. Op de linkerpagina.'
 
Schandalig gewoon. Een overlijden is een ernstige zaak en daar moet ook als dusdanig mee worden omgegaan. Met rouwkader, zonder Toon en consorten, en met een beschaafd lettertype en dito grootte. Keurig. Respectvol. Ingetogen. Zoals het hoort.
 
 
 
Bobbie
 
Als gediplomeerd hondeninstructeur, clickerinstructeur etc. word ik toch geacht het een en ander van honden te weten. Mooi niet dus. Altijd gedacht - en geleerd - dat grotere rassen iets minder oud worden dan kleinere, maar dat ze tachtig jaar konden worden, nee dat wist ik niet. Echt niet.
 
Hoe ik daar bij kom? Vandaag is mijn waarde collega Kuifje tachtig geworden. En daar zijn trouwe metgezel Bobbie nimmer van zijn zijde is geweken, zal hij ook ongeveer die leeftijd hebben.
 
Nog zoiets geks. In al die jaren is Kuifje geen dag ouder geworden, terwijl ik... Nou ja, laat maar. Vanavond neem ik een extra pilsje op de gezondheid van mijn vakbroeder en nog een op die van zijn hond. Dat ze samen maar heel oud mogen worden.
 
 
 
Hebt u De Pest van Camus?
 
'Zo, hier is het een stuk beter dan buiten. Weet u dat ik bij het oversteken bijna ben uitgegleden, zo glad is het. En daarnet bijna weer.'
 
Nee, dat weet ik niet, maar ik wil het best geloven. Ik glimlach maar, want iets in me zegt dat deze mevrouw in haar groene jas zich verveelt en besloten heeft om dat bij mij te komen doen.
 
'Hebt u De Pest van Camus?' vraagt ze.
 
Oei, ik was weer eens te voorbarig met mijn conclusies. Ze is toch geïnteresseerd in boeken. ' Ja hoor, ik zal hem eens pakken,' zeg ik en geef het nog zo goed als nieuwe exemplaar aan mevrouw. 'Een schitterend verhaal. Echt een schitterend verhaal. Ik heb het boek zelf ook,' zegt ze tot mijn verbazing, en ze zet Camus terug op zijn plaats.
 
'En de kookboeken, waar staan die?' gaat ze verder. Ik wijs haar de kast met kookboeken. Nee dame, geen tweede keer. 'Voor een vriendin ben ik op zoek naar Joop Braakhekke.' zegt ze even later. 'Kunt u even kijken?' Ik laat me toch vermurwen en laat haar deel 1, 2, 3 en 4 van de Kookgek zien. 'Nou nee, ik denk toch dat ze die al heeft,' zegt ze, en zet de boeken weer terug.
 
'U mag ook boven kijken,' nodig ik haar uit, want dat klinkt aardiger dan vragen of ze niets zinnigers te doen heeft dan boeken te bekijken die ze zelf, of haar vriendin, toch al heeft.
 
'Een volgende keer graag,' antwoordt ze vriendelijk. 'Want ik zie dat ik hier al een halfuurtje ben. En mijn broek zal nu klaar zijn.'
 
Ik kijk haar niet begrijpend aan.
 
 
 
Horen, zien en .... schrijven
 
Alweer een paar weken geleden heb ik Peter beloofd te gaan ‘webloggen’. Net als bij zoveel dingen die ik beloof, is daar natuurlijk niets van terechtgekomen. Bij gebrek aan andere goede voornemens voor dit nieuwe jaar – ik rook niet, dus ik kan ook niet stoppen; ik vind mezelf niet te dik, dus lijnen hoeft niet – los ik mijn belofte in en begin met mijn blog. Vandaag.
 
Wie mij kent, weet dat ik drie mannen heb (één echtgenoot/twee zonen). Ze maken deel uit van mijn privé-leven. U begrijpt het al, over hen zult u niets lezen. Want privé is privé, nietwaar.
 
Maar waarover dan wel.
 
Net als het dwingende woord om te gaan bloggen, kwam ook het verlossende woord van Peter. ‘Doe het over de winkel,’ zei hij. ‘Daar hoor en zie je toch genoeg.’ Vooruit dan, vanaf vandaag kunt u lezen hoe het er in de Boekenwurm aan de Molenstraat toe gaat, de tweedehandsboekwinkel waarvan ik niet alleen eigenaar ben, maar tevens winkelbediende, magazijnmedewerkster, kuisvrouw, inkoopster, maatschappelijk werkster en koffiejuffrouw. En waar ik klanten, klagers, nieuwsgierigen en drugstoeristen – ja, die lezen ook! - de gelegenheid geef te snuffelen, mijn boeken te bepotelen en op de verkeerde plank terug te zetten, uit te huilen op mijn inmiddels brede boezem en zowaar een boek te kopen.
 
2 januari 2008
 
De Boekenwurm – ik dus – wenst iedereen alle goeds voor 2009!
Zo, de kop is eraf.
 
 
 
Binnenkort van start
 
 
 
Binnenkort start hier een blog van en over De Boekenwurm, over boeken en schrijvers, over taal en media, over...
 
Uiteraard zijn ook uw reacties en bijdragen welkom. Stuur ze in via het contactformulier
 
Beheer